De eerste week van de plaatsing is de wenweek. De wendagen vallen op de plaatsingsdagen van uw kind. De wenweek biedt ouders en kinderen de gelegenheid om kennis te maken met de groep, de pedagogisch medewerkers en de buitenschoolse opvang. Het kind went tijdens die dagen aan een andere omgeving en ritme. De pedagogisch medewerkers hebben de gelegenheid om vragen te stellen over de gewoontes van uw kind. U oefent samen met de leiding en uw kind hoe het is om de overgang van school naar BSO te maken.

Uw kind heeft een eigen stamgroep en krijgt een van de pedagogisch medewerkers als mentor toegewezen. Deze zal het kind persoonlijk begeleiden en aanspreekpunt zijn voor de ouders.

Als een kind al op de BSO zit en overgaat naar een 8+groep wordt er een wenperiode van 2 opvangdagen gehanteerd. Tijdens die dagen krijgen ouders en kind een rondleiding op de nieuwe groep en een toelichting over het 8+begeleidingsbeleid. Het kind krijgt een mentor toegewezen, die hem of haar gedurende de hele opvangperiode begeleidt. Mocht het kind het nodig hebben, dan wordt de wenperiode verlengt totdat het kind zich veilig genoeg voelt om de overstap te maken.